Zit er een iguanodon in de zaal?
De jubileumexpo ‘Kennis in zicht’ in M Leuven etaleert markante objecten uit de collecties van de universiteit. Soms kom je daarbij ogen tekort.
Leuvense onderzoekers vergaarden in de loop der tijd talloze studieobjecten uit alle hoeken van de wereld. De collecties zijn ondertussen even groot als divers, met onder meer fossielen, skeletten, mineralen, kunstvoorwerpen en wetenschappelijke instrumenten. Voor onderzoekers en studenten vormen de verzamelingen een blijvende bron van verwondering en inspiratie.
In dit jubileumjaar geeft een tentoonstelling in M Leuven een uitzonderlijke inkijk in (een deeltje van) deze academische collecties. 'Kennis in zicht' neemt je op sleeptouw door een eigenzinnige selectie uit de schatkamers van de universiteit. Je dwaalt er langs een historische beeldengalerij, ontmoet internationale topstukken als het Leuven Chansonnier, ontdekt waarom Leuven een pionier is in het waarnemingsonderzoek, en leert hoe de wetenschappelijke mores veranderen doorheen de tijd.
'Kennis in zicht' neemt je op sleeptouw door een eigenzinnige selectie uit de schatkamers van de universiteit.
'Kennis in zicht' vormt een tweeluik met 'Routes naar kennis', een cultuurhistorische tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek. Die expo toont de universiteit als een knooppunt van routes. Studenten, onderzoekers, personeelsleden en alumni, allemaal volgden ze een eigen parcours, dat hen naar Leuven bracht en soms ook de wijde wereld deed intrekken.
Als klap op de vuurpijl is er, opnieuw in M Leuven, een solotentoonstelling van de Duits-Poolse kunstenaar Alicja Kwade (°1979). Met materialen als steen, metaal en spiegels creëert zij sculpturen en installaties die uitnodigen tot een nieuwe manier van kijken en denken. Kwade leverde ook al een bijzonder poëtische bijdrage aan de nieuwe Kunst- en Wetenschapsroute van KU Leuven: Carriers in het Sint-Donatuspark verbeeldt het niet-weten in de wetenschap.
Dino-mania in Victoriaans Londen
Sinds Steven Spielbergs Jurassic Park weet de halve wereld hoe het voelt om oog in oog te staan met een schuimbekkende tyrannosaurus rex. De kaskraker ontketende een heuse ‘dino-mania’, met dinospeelgoed, dinokoeken, tot zelfs dinotoerisme toe. Toch is onze fascinatie voor dinosaurussen allesbehalve nieuw: ze gaat terug tot het midden van de 19de eeuw. Dinosauriërs zijn op dat moment een relatief recente ontdekking, al blijft het voor wetenschappers, bij gebrek aan voldoende fossielen, gissen naar hun precieze verschijningsvorm.
In het Victoriaanse Engeland is de belangstelling voor deze prehistorische wezens bijzonder groot, zowel bij wetenschappers als bij het brede publiek. De Engelse kunstenaar Benjamin Waterhouse Hawkins ontwerpt zes metershoge beelden, die vanaf 1854 te zien zijn in een natuurhistorisch themapark in Crystal Palace, Londen. ‘Visueel onderwijs’ noemde Hawkins het initiatief.
De knaap op de afbeelding is een plaasteren schaalmodel van de megalosaurus van Hawkins, met een iets bescheidener afmeting van pakweg 30 op 54 centimeter.
In de expo in M Leuven krijgt hij het gezelschap van een gelijkaardig schaalmodel van een iguanodon. Hoe beide beelden in Leuven verzeild zijn geraakt, is een raadsel. Vast staat wel dat ze eigenhandig door Hawkins vervaardigd zijn en rond 1860 te koop worden aangeboden als didactisch materiaal.
Heel accuraat kan je de beelden bezwaarlijk noemen. Wetenschappers vonden destijds al dat de sculpturen een loopje namen met de werkelijkheid. Die kritiek is niet ongegrond: de gebochelde rug van de megalosaurus strookte bijvoorbeeld niet met de fossielen die toen voorhanden waren. Toch verdient het werk van Hawkins krediet. De beelden weerspiegelen heel wat karakteristieke eigenschappen van dino’s.
Speciaal voor 'Kennis in zicht' kregen de Leuvense dino’s trouwens een stevige opfrisbeurt. En het ziet ernaar uit dat ook de originele dinosaurusbeelden de tand des tijds zullen doorstaan. De prehistorische reuzen zijn vandaag nog altijd te bewonderen in Londen. Leuk alternatief voor wie de buik vol heeft van nog maar eens een (ongeïnspireerde) sequel op Jurassic Park …
Blikken die bijblijven
Nostalgisch, naïef, een tikkeltje aandoenlijk zelfs. Zonder context ziet deze zwart-witfoto uit de jaren 1900 er onschuldig uit. Het lijkt alsof hij zo uit een blikken koekentrommel komt. Toch schuilt er een ongemakkelijk verhaal achter dit plaatje.
De man rechts is neuroloog en hoogleraar anatomie Arthur Van Gehuchten, voor de gelegenheid afgebeeld als een patiënt wiens kniereflex wordt getest. Naast begenadigd clinicus had Van Gehuchten zich ontpopt tot filmmaker. Cinema stond nog in de kinderschoenen: de gebroeders Lumière hadden pas in 1895 hun cinématographe voorgesteld in Leuven. Het toestel opende een nieuwe wereld voor Van Gehuchten.
Sommige beelden grijpen naar de keel. Zo zijn er confronterende opnames te zien van mensen met Parkinson en van vrouwen die destijds het label hysterie opgespeld kregen.
Tussen 1905 en 1908 filmde hij in het Sint-Pietersziekenhuis verschillende neurologische patiënten, beelden die hij gebruikte voor onderwijs en onderzoek. Geneeskundestudenten kregen de filmpjes te zien in auditoria. Vandaag zouden we deze gang van zaken problematisch noemen: Van Gehuchten filmde uiterst kwetsbare patiënten van wie het niet zeker is of ze ook hun toestemming hadden gegeven voor de opnames.
Sommige beelden grijpen naar de keel. Zo zijn er confronterende opnames te zien van mensen met parkinson en van vrouwen die destijds het label hysterie opgespeld kregen. In de tentoonstelling krijg je de fragmenten te zien op kleine schermen die een intieme en serene sfeer creëren. Door een hedendaagse bril voelen deze beelden ongemakkelijk aan, al mogen we niet voorbijgaan aan de wetenschappelijke verdienste die ze ooit hadden. Een stukje erfgoed dat vragen oproept over kennisopbouw, macht en ongelijkheid.
Gegoten kunstgeschiedenis
De Trojaanse priester Laocoön waarschuwde de inwoners van Troje tevergeefs voor het houten paard dat de Grieken op het strand hadden achtergelaten en waarmee ze later op slinkse wijze de stad zouden innemen. Laocoön haalde zich daarmee de woede van de godin Athena op de hals, die prompt twee zeeslangen afstuurde op de priester en zijn twee zonen. De Laocoöngroep toont de huiveringwekkende strijd met de gruwelijke reptielen, en roept emoties op van pijn en lijden, angst en wanhoop.
Het afgietsel van de Laocoöngroep kwam in het bezit van de Leuvense universiteit na het Verdrag van Versailles in 1919.
Dit gipsen afgietsel – de originele beeldengroep staat in de Vaticaanse Musea – maakt deel uit van wat vandaag het Didactisch Museum Archeologie heet. Dat bevat nog tal van andere afgietsels, waarvan een groot deel – waaronder deze Laocoöngroep – in het bezit kwam van de Leuvense universiteit na het Verdrag van Versailles in 1919. Dat legde de Duitsers onder andere herstelbetalingen op voor de schade die ze hadden aangericht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Duitse troepen hadden in de nacht van 25 op 26 augustus 1914 de Universiteitshal in lichterlaaie gezet en daarmee een groot deel van het universitair patrimonium vernietigd.
Saillant detail: de rechterarm van het gipsafgietsel werd in de jaren 1980 afgezaagd en wordt sindsdien apart tentoongesteld omdat de plaatsing niet strookte met nieuwe academische inzichten. Niets nieuws onder de zon, want eeuwen geleden vochten renaissancegrootheden Michelangelo en Rafaël ook al een robbertje uit over dezelfde arm. ● (db)
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de site van KU Leuven in het kader van 600 jaar universiteit.
Meer Stories
LOV EU Academy: boost jouw Europese reflex
Ontmoet onze LOVers - Ziggy Tingjiang Zhu